Geplaatst op Geef een reactie

Stijlvolle stijlfiguren voor schrijfzieke schrijvers

Poëzieliefhebbers kunnen met een zelfvoldaan gevoel terugblikken op de laatste week van januari. Zo trapten we af met het Poëziegeschenk Samen Al t’Hope, een gedichtenbundel van het eigenzinnige duo Maud Vanhauwaert en Rodaan Al Galidi, dat bestaat uit tien gedichten met thema ‘Samen’. Een aantal dagen eerder werd Lieke Marsman uitverkoren tot de nieuwe Dichter des Vaderlands. Met haar eigen toon, poëtische kracht en aansprekende strijdvaardigheid zal ze de komende twee jaar menig mens verrassen.

In de nasleep van deze drukke maar leerzame Poëzieweek 2021 leek het ons een leuk idee om de geïnspireerden een eindje op weg te helpen met een spoedlesje stijlfiguren. Nee, dit artikel is niet speciaal bedoeld voor dichters. Iedereen kan namelijk gebruikmaken van stijlfiguren. Jong en oud. Experts en leken. Wacht daarom nog even met het aanklikken van dat afsluitkruisje boven in de hoek.

Misschien kun je je uit een ver, ver, verleden – een klaslokaal met meer Van Dales en spellingsposters dan leerlingen – nog herinneren dat stijlfiguren middelen zijn om dat wat je wilt zeggen, treffender of sterker uit te drukken. Het zijn schrijftrucjes die je gebruikt om indruk te maken op de lezer. Zeer effectief. Ook in dit artikel zitten er een aantal verstopt. Heb je toevallig al de alliteratie in de titel gespot of de enumeratie in de inleiding? En wat dacht je van de twee antithesen in de vorige alinea?

Genoeg gewauwel voor vandaag. Beginnen, dat is wat we willen. Voor ieder wiens vingers jeuken om woorden op papier te zetten, introduceren we zeven stijlfiguren om teksten mee te verfraaien en lezersharten te veroveren.

Alliteratie

Een vorm van rijm waarbij je steeds dezelfde beginletter gebruikt in verschillende, beklemtoonde lettergrepen. Denk bijvoorbeeld aan de titels van Suske en Wiske (De wakkere wekker en De sissende slang). Een ander bekend voorbeeld van alliteratie is het kinderlied Leentje leerde Lotje lopen:

Leentje leerde Lotje lopen,
langs de lange Lindelaan.

En toen Lotje goed kon lopen,
is zij weer naar huis gegaan.

Antithese

Er is sprake van een antithese wanneer je twee tegenstellingen naast elkaar plaatst. Neil Armstrong gebruikte een antithese toen hij zijn legendarische landing op de maan maakte:

“Een kleine stap voor de mens, een grote stap voor de mensheid.”

Enumeratie

Een enumeratie is een dure term voor ‘opsomming’. Meestal zit er in de enumeratie/opsomming een climax (in kracht toenemende opsomming) of een anticlimax (zwakker wordende opsomming).

Zangeres Zonder Naam had de kracht van een goede enumeratie door; zij scoorde in de vorige eeuw een hit met het nummer Uren Dagen Maanden Jaren. Wat betreft een enumeratie met een anticlimax kun je het beste aan de reclamespotjes denken:

“Nu niet voor 100, niet voor 50, niet voor 25, maar voor slechts 24,99 euro!”

Chiasme

Een chiasme wordt gevormd door twee zinsdelen in omgekeerde woordvolgorde te plaatsen. Je combineert dus term A met term B, om vervolgens term B voor term A te plaatsen. Zo krijg je een ABBA-patroon. Ook woorden die niet identiek zijn maar wel verwant in betekenis, kunnen een chiasme vormen. Een voorbeeld:

      A             B              B                A

dames en heren, jongens en meisjes

Litotes

Wanneer je, in plaats van iets direct te zeggen, het tegenovergestelde ontkent, gebruik je een litotes. Waarom zou je het je lezers maar altijd gemakkelijk maken? Een beetje denken op zijn tijd kan geen kwaad. Dat is toch geen slechte les om te trekken? (We hopen dat je de litotes spot.)

Prolepsis

Een prolepsis ontstaat wanneer je een zinsdeel waar je nadruk op wilt leggen, geïsoleerd voorop in de zin plaatst. “Pizza, dat wil ik wel elke dag eten” is bijvoorbeeld een prolepsis.

Repetitio

Misschien zou je het niet snel denken, maar er zit kracht in herhaling. Het stijlfiguur repetitio is daar het bewijs van. Bij dit stijlfiguur gebruik je een woord(engroep) herhaaldelijk achter elkaar. Een voorbeeld is de catchphrase “drommels, drommels en nog eens drommels” van de Baron Van Neemweggen uit Bassie en Adriaan.

De oplettende lezer heeft natuurlijk alle zeven stijlfiguren (de voorbeelden hierboven niet meerekenend) gespot die in dit artikel zijn verwerkt. Heb jij een favoriete stijlfiguur dat je vaak gebruikt tijdens het schrijven? Laat het ons weten. Jouw reactie zouden we geen onaangename verrassing vinden – kuch, kuch.