Puntengepieker en kommakwellingen

Deel op Facebook
Deel op Twitter
Deel op LinkedIn
Deel op Pinterest

Puntengepieker en KommakwellingenLeestekens zijn bedoeld om een tekst leesbaarder te maken. Een verschrikkelijk lange zin zonder komma’s kan moeilijk te begrijpen zijn. Zeker als daar ook nog eens allerlei bijzinnen in staan! Door de komma’s juist te plaatsen, geef je de lezers een adempauze en tegelijkertijd een denkpauze. Een lange zin die op de juiste manier is opgedeeld door komma’s, is beter te onthouden en beter te begrijpen dan een lange zin zonder komma’s. Het lastige is echter: wat is de juiste plek om zo’n leesteken te plaatsen? Welke regels zijn er voor het gebruik daarvan? Er zijn heel veel verschillende soorten leestekens, maar vandaag leg ik jullie uit hoe je punten, komma’s en puntkomma’s juist gebruikt.

De functie van leestekens
Kijk eens naar het volgende voorbeeld:

“Ik vind Divergent zo’n tof boek omdat Tris ons laat nadenken over het anders zijn en omdat Four die trouwens een ontzettend lekker ding is haar helpt om zichzelf te zijn.”

Deze zin leest niet zo lekker, toch? Lees hem nu nog eens:

“Ik vind Divergent zo’n tof boek, omdat Tris ons laat nadenken over het “anders zijn” en omdat Four, die trouwens een ontzettend lekker ding is, haar helpt om zichzelf te zijn.” 

Als we even in gedachten houden dat het woordje “en” ongeveer dezelfde functie heeft als een komma, dan zien we in het tweede voorbeeld dat deze ene lange zin eigenlijk bestaat uit vier kortere zinnen. In iedere zin staat een stukje informatie, dus in deze lange zin van eigenlijk vier korte zinnen krijgen we vier stukken informatie voorgeschoteld, die de lezer allemaal moet onthouden. Zonder komma’s leest het als één zin, waardoor al die informatie de lezer om de oren vliegt. In het tweede voorbeeld krijgt de lezer echter wat meer adempauze om de informatie op zich in te laten werken. De kans dat hij de zin nog een keer moet lezen is daarmee een stuk kleiner.

Zoek de verschillen
Wat zijn de verschillen tussen een punt, een komma en een puntkomma? De punt is het makkelijkst: die geeft gewoon het einde van een zin aan. Punt. Of toch niet? Een punt kom je ook soms tegen achter een afkorting. Bij welke afkortingen je ze wel gebruikt en bij welke niet, kom je te weten door de betreffende afkorting op te zoeken in het groene of witte boekje of een woordenboek. Voor de rest dus om een zin af te sluiten. En een komma? Die gebruik je om een pauze in te lassen in je zin en om die in kleinere stukjes te hakken. Dat kan echter niet zomaar op ieder moment; daar zijn regeltjes voor. Een puntkomma ten slotte gebruik je net als een punt om een zin of een mededeling af te sluiten, maar om vervolgens meteen aan te geven dat er een duidelijk verband is met de volgende zin. Zelf houd ik gevoelsmatig in gedachten dat een puntkomma vooral goed past als er in de zin daarna een verklaring of een reden gegeven wordt voor de zin daarvoor. Je zou de puntkomma dan prima kunnen vervangen door woorden als “want”, “namelijk” en “immers”. Kijk maar eens naar het volgende voorbeeld:

“Harry Potter is een held; hij versloeg Voldemort.” [Harry Potter is een held, want hij versloeg Voldemort.]

Qua functie zit een puntkomma eigenlijk tussen een punt en een komma in: een komma geeft een nauwer verband weer tussen de twee zinnen en de punt maakt dat verband juist losser. Een puntkomma zit daar qua gevoel dus tussenin.

Wanneer is het gebruik van een komma altijd op z’n plaats?

* Bij een opsomming. Bijvoorbeeld:

“Ik heb vorige maand De One, De Jongen uit het Woud, Hitte en Insurgent gelezen.”

* Tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden. Bijvoorbeeld:

“America droeg een jurk van een mooie, glanzende stof.”

* Voor en na een bijstelling. Een bijstelling drukt een verklarende toevoeging uit bij het eraan voorafgaande zelfstandig naamwoord. Kortom: het geeft uitleg over het woord voor de bijzin. Zoals:

“Peeta, de andere deelnemer uit district twaalf, is verliefd op Katniss.”

* Voor en na een uitbreidende bijzin. Bijvoorbeeld:

“Four, die trouwens een ontzettend lekker ding is, is het vriendje van Tris.”

Er zijn trouwens twee soorten bijvoeglijke bijzinnen: uitbreidende en beperkende bijzinnen. Het verschil daartussen maak ik even duidelijk met een voorbeeld:

“De prins, die dit jaar een vrouw zoekt, woont in het paleis.”

Hier gaat het om een uitbreidende bijzin en daar horen komma’s omheen. Er is maar één prins en die is dit jaar op zoek naar een vrouw. Voorbeeld 2:

“De prins die dit jaar een vrouw zoekt, woont in het paleis.”

Hier gaat het om een beperkende bijzin. Er zijn meerdere prinsen, maar degene die dit jaar een vrouw zoekt, woont in het paleis. Hier moeten er geen komma’s omheen. 

* Na de aanhef boven een brief/e-mail:

“Geachte heer Voldemort,”

* Voor en/of na een aanspreking. Zoals:

“Alice, over welke zombies heb je het?”

Of:

“Over welke zombies heb je het, Alice?”

Of:

“Zeg, Alice, over welke zombies heb je het?”

Twee persoonsvormen naast elkaar
Als er twee persoonsvormen in een zin staan, is dat een indicatie dat die zin eigenlijk uit twee zinnen bestaat. Zeker als die twee knus naast elkaar staan, kan dat verwarrend werken voor de lezer. Het is daarom gebruikelijk om er dan een komma tussen te plaatsen. Dit:

“Toen Warner Juliette eindelijk op haar mond kuste ontplofte er in mijn buik een complete vuurwerkfabriek.”

wordt dan:

“Toen Warner Juliette eindelijk op haar mond kuste, ontplofte er in mijn buik een complete vuurwerkfabriek.”

Zeg nu zelf, dat laatste leest toch een stuk prettiger? Overigens wordt bij hele korte zinnen de komma meestal weggelaten:

“Wat je zegt ben je zelf.”

In dat geval hoor je ook geen adempauze.

Voegwoorden
Ten slotte is het aan te raden om een komma te plaatsen voor voegwoorden zoals: hoewel, omdat, zodat, opdat, indien, maar, aangezien en terwijl. Dat vergroot de leesbaarheid aanzienlijk.

“Mijn buurmeisje vindt de film van The Hunger Games beter, maar geef mij het boek maar!”

Ik hoop dat jullie dankzij deze schrijftip minder last zullen hebben van puntengepieker en kommakwellingen en wellicht kun je deze tip ook goed gebruiken bij het schrijven van je wedstrijdverhaal voor de STORM Schrijfwedstrijd! Overigens heb ik zelf de website Onze Taal geraadpleegd bij het schrijven van deze tip. Mochten jullie deze site nog niet kennen: dat is echt een aanrader!

Deel op Facebook
Deel op Twitter
Deel op LinkedIn
Deel op Pinterest
Marijke F. Jansen

Marijke F. Jansen

Marijke F. Jansen wist op jonge leeftijd al dat ze later schrijfster wilde worden. Ze is dol op sprookjes en verhalen met happy endings. In 2012 werd ze tweede bij de schrijfwedstrijd van Young Adults en haar debuutverhaal Muze verscheen in de bundel Dark Romance - Verboden verlangen. Haar verhalen staan ook in de bundels Magisch, Wonderland, Brave New Love en in de pas verschenen sprookjesbundel Er was eens vind je haar hervertelling 'Bevroren'. In 2017 verscheen van haar hand het boek Kort en gelukkig, wederom een sprookjeshervertelling. Onder het pseudoniem Lily Frank schrijft Marijke Feel Good.

Gerelateerde artikelen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Ontvang maandelijks de leukste winacties, nieuwtjes en recensies.

Geef een reactie

Come On In

everything's where you left it.

Join us

Get your account today